Beknopte spelregels

Petanque wordt gespeeld:

Het but (doelballetje) is van hout en mag reglementair een diameter hebben van 25 tot 35 mm.

De boules moeten beantwoorden aan een diameter die varieert van 7.05 tot 8 cm, en het gewicht mag minimaal 650 en maximaal 800 gram zijn.

Er wordt tussen de teams geloot (met een muntstuk) wie mag beginnen. De winnaar trekt op één meter van welk obstakel een cirkel met een diameter tussen de 35 en 50 centimeter, wanneer het terrein 4 meter breed is. Is het terrein 3 meter breed dan is de afstand 75 cm en bij 2 meter wordt dat 50 cm. De speler die het but werpt zal deze tussen de 6 en 10 meter moeten deponeren. Evenals de cirkel moet ook het but de voor geschreven afstand hebben van een obstakel als in de vorige alinea genoemd.

Het team dat het but werpt, werpt ook de eerste boule en probeert deze zo dicht mogelijk bij het but te plaatsen. Daarbij moet er op gelet worden dat de voeten in de cirkel staan en zij niet van hun plaats mogen komen voordat de geworpen boule de grond heeft geraakt.

Lukt het vervolgens de tegenstander hun boule beter te plaatsen, dan hebben zij de leiding.

Nu mag het eerste team weer proberen de situatie naar haar voordeel om te buigen en gaat daar mee door tot het al of niet gelukt is.

Heeft een team geen boules meer dan kunnen haar tegenstanders met de nog resterende boules proberen meer punten te scoren.

Hebben beide teams geen boules meer dan worden de punten geteld.

Dat zijn er zoveel, als een team boules dichter bij het but heeft liggen dan de beste boule van zijn tegenstander.

Er is nu één mène gespeeld.

Winnaar is het team dat als eerste 13 punten heeft gehaald.